Nationale Held

Image module

In de negentiende eeuw heeft Nederland behoefte aan helden; voorbeelden uit het verleden waaraan men zich kan optrekken. Jan Pieterszoon Coen is de juiste man op het juiste moment.

Nederland stelt als klein land maar weinig voor in het Europa van de tweede helft van de negentiende eeuw. Maar het heeft wel een glorieus verleden en niet te vergeten Nederlands Indië, de ‘gordel van smaragd’. En dat zijn zaken die meetellen in een tijd waarin het nationalisme hoogtij viert en het bezit van koloniën het nationale aanzien vergroot.

In die sfeer wordt Jan Pieterszoon Coen herontdekt en als voorbeeld voor de natie op een sokkel gehesen. Hij is immers de grondlegger van de Nederlandse heerschappij in Indië en het type held waar op dat moment behoefte aan is. Coen wordt gepresenteerd als een bestuurder met een visie, een doorpakker die iets tot stand weet te brengen.

In 1876 krijgt Jan Pieterszoon Coen een standbeeld op het Waterlooplein in Batavia pal voor het gouverneurspaleis. Niet iedereen is hier blij mee, er klinkt ook kritiek op Coen. J.A. van der Chijs, archivaris in Batavia,  schrijft in 1886 : Ware voor Coen niet reeds een standbeeld opgericht, ik betwijfel of zulks nog zou verrijzen. Aan zijn naam kleeft bloed.

Juist op dat moment smeedt men in Hoorn plannen voor een eigen standbeeld.

Een Nationale Hulde

Image module

Al in 1884 wordt in Hoorn het idee geopperd om een standbeeld voor Jan Pieterszoon Coen op te richten. Pas negen jaar later is het eindelijk zover.

Het is een oplettende onderwijzer die in de jaarvergadering van de Hoornse Veereniging voor Volksvermaken in januari 1884 wijst op het 300ste geboortejaar van Jan Pieterszoon Coen in 1887. Hij pleit voor een blijvend aandenken voor ‘Hoorns groote zoon’. Dit plan vindt veel bijval. Maar wat moet het worden, een pomp of een fontein? Zelfs een vijftien meter hoge zuil wordt voorgesteld. Men kiest uiteindelijk voor een standbeeld ‘dat de hulde der gansche natie vertolken zal’. Niet voor het station zoals enkele stadsgenoten willen, maar op het stadsplein de Roode Steen.

Enkele dagen voor Coen’s 300ste geboortedag wordt een Uitvoerend Comité opgericht. De trekkers in Hoorn zijn burgemeester Willem Karel Baron van Dedem, stadsheelmeester J.J. Aghina en H. Kroon Dzn, kapitein van de schutterij. Zij worden ondersteund door landelijke kopstukken als de Amsterdamse bankier en Eerste Kamerlid A.C. Wertheim en dr. H.J. Schaepman, historicus en lid van de Tweede Kamer. In elke provincie worden subcommissies opgericht en van Assen tot Middelburg wordt geld ingezameld voor het monument.

Operettefiguur

Image module

De ontwerper van het standbeeld van Coen is Ferdinand Leenhoff. Zijn ontwerp krijgt in 1891 de voorkeur boven dat van andere kunstenaars.

Drie kunstenaars dingen mee naar de opdracht voor het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. De bekendste is Alphonse Lamcomblé, die ook het standbeeld van Coen in Batavia ontwierp. Ook Frans Stracké, bekend van het beeld van Hugo de Groot in Delft, dient een proefstuk in. Dit ontwerp bevindt zich in de collectie van het Westfries Museum.

De uiteindelijke winnaar is Ferdinand Leenhoff. In juni 1891 kan iedereen die geld heeft gegeven voor het monument het winnende ontwerp komen bekijken in Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar Leenhoff docent is.

Ferdinand Leenhoff (1841-1914) is een alom gerespecteerd kunstenaar. Hij geniet zijn opleiding in Parijs bij de beeldhouwer Joseph Mezzara. De Franse schilder Edouard Manet is zijn zwager. Leenhoff is door Manet afgebeeld in zijn beroemdste schilderij Le déjeuner sur l’herbe, waarvoor hij model staat.

In Nederland maakt Leenhoff naam met een beeld van de politicus Thorbecke.

Zijn ‘Coen’ krijgt veel lof, maar er klinkt ook kritiek. De critici zijn van mening dat de houding van Coen veel te theatraal is. Ze vinden hem te veel een operettefiguur.

Onthulling

Image module

De onthulling van het standbeeld op 30 mei 1893 is een nationale aangelegenheid. Het is twee dagen lang feest in Hoorn.

Op 30 mei 1893 rijdt er een speciale trein van Amsterdam naar Hoorn. De passagiers zijn louter hoogwaardigheidsbekleders; ministers, Eerste en Tweede Kamerleden, hoge militairen en belangrijke figuren uit het bedrijfsleven en de culturele wereld. Allemaal willen ze de onthulling van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen bijwonen. Op het stadsplein de Roode Steen voegen ze zich bij de notabelen uit de stad en de regio. Koningin-Regentes Emma en de jonge prinses Wilhelmina laten zich verontschuldigen. Ze zijn in het buitenland.  Op de Roode Steen staan tribunes en is een erepoort opgesteld. Overal wapperen vlaggen.

Na tal van toespraken gaat eindelijk het doek van het beeld. Een hoerageroep vult het plein, marineschepen in de haven vuren saluutschoten af. Hoorn heeft een monument waar het ‘terecht zoo trotsch op kan zijn. Maar ook het Moederland en de kolonie mogen daarmee geluk worden gewenscht’ aldus oud-burgemeester Karel Willem Baron van Dedem, die inmiddels Minister van Koloniën is.

Het is twee dagen lang feest in Hoorn, compleet met bal en de opvoering van het toneelstuk ‘Uit Coen’s leven’. Er is een harddraverij en een geïllumineerde gondelvaart door de stadsgrachten, die wordt afgesloten met een groots vuurwerk.

Het eens zo glorieuze Hoorn staat weer op de kaart, met dank aan Coen.

Coenfeesten

Image module

De 350ste geboortedag van Jan Pieterszoon Coen in 1937 wordt in Hoorn groots gevierd. Zelfs de minister-president is aanwezig.

Er zijn heel wat kransen gelegd bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Op 30 mei 1919 komt koningin Wilhelmina er speciaal voor naar Hoorn. Ze staat stil bij het feit dat Coen 300 jaar eerder Batavia stichtte. Coens 300ste sterfdag in 1929 wordt heel sober herdacht, maar zijn 350ste geboortedag is reden voor een groot feest. Op 1 februari 1937 houdt minister-president Hendrikus Colijn een herdenkingsrede in de Noorderkerk. Hij kiest Coens lijfspreuk Dispereert niet als titel en prijst Coen uitgebreid. Hij noemt hem ‘een licht temidden van veel duisternis’, en een voorbeeld om te volgen vanwege zijn opofferingsgezindheid, kloekheid en wijs beraad.

Die zomer staat heel Hoorn een week lang in het teken van de Coenfeesten. Hiermee wil Hoorn laten zien wat het voor toeristen in petto heeft. Even buiten het centrum wordt het openluchtspel Onze Groote Zoon opgevoerd, waaraan 500 acteurs meedoen. In de schouwburg is een koloniale tentoonstelling. Het Doelenplein wordt omgetoverd in een Indisch marktplein en er wordt een historische optocht gehouden.

In 1987 is Coen voor het laatst middelpunt van een feestelijke herdenking, met onder andere een tentoonstelling in het Westfries Museum.

Kritiek

Image module

Volgens critici zijn de feestelijke herdenkingen van Jan Pieterszoon Coen een misplaatste vorm van heldenverering. In 1987 is het standbeeld zelf middelpunt van protest.

In 1937 is er in Hoorn voor het eerst zichtbaar protest tegen de verheerlijking van Jan Pieterszoon Coen als nationale held. Vlak voor de komst van minister-president Colijn voor de herdenking van de 350ste geboortedag van Coen deelt de linkse Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij pamfletten uit met de tekst: Maandag zal in hoogdravende bewoordingen de Nederlandse bezittende klasse de uitbuiting van Indonesië bejubelen. Ook op de Coenfeesten is kritiek: Het Indische volk is door tussenkomst van Coen door de jaren heen tot een koelievolk gedegradeerd en verkeert momenteel in de grootst mogelijke armoede. Hoorn viert hierom feest!!!

In 1987 zijn de protesten feller. In de stad hangen protestaffiches, er verschijnt een bundel met protestgedichten en het standbeeld wordt met verf besmeurd. De Molukse gemeenschap grijpt de opening van een tentoonstelling over Coen in het Westfries Museum aan om de eigen grieven kenbaar te maken. Dit leidt tot rellen en ingrijpen van de ME. De boodschap is in alle gevallen helder; Coen staat voor onderdrukking en kolonialisme en dat verdient geen eerbetoon.

Burgerinitiatief

Image module

In 2011 discussieert de gemeenteraad van Hoorn over de vraag of het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen van zijn sokkel moet worden gehaald en naar een minder prominente plaats moet verhuizen.

In 2011 wordt in Hoorn een burgerinitiatief op touw gezet om het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen te vervangen door dat van een tijdgenoot met minder bloed aan zijn handen. In de ogen van de initiatiefnemers is Coen een massamoordenaar die geen standbeeld verdient op de meest prominente plek in de stad. Dit voorstel leidt tot een verhitte discussie, niet alleen in de stad zelf, maar ook in de landelijke media en op het internet. Coen is heel even trending topic.

De gemeenteraad besluit uiteindelijk in overgrote meerderheid het standbeeld, dat een Rijksmonument is, te laten staan, maar het wel van een nieuwe tekst te voorzien. Hierin worden ook de gewelddadige kanten van Coens optreden in Indië benoemd. Ook deze website is bedoeld om een zo evenwichtig mogelijk beeld te geven van de figuur Coen.

Van zijn sokkel

Image module

De ironie van de geschiedenis wil dat Jan Pieterszoon Coen kort na het besluit van de gemeenteraad om hem te laten staan, toch van zijn sokkel valt. Een onoplettende vrachtwagenchauffeur is de schuldige.

In augustus 2011 rijdt een vrachtwagen met lantaarnpalen langs het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. De lantaarnpalen moeten na de Hoornse kermis worden teruggeplaatst op het stadsplein. Door een onhandige manoeuvre stoot de vrachtwagenchauffeur het bronzen beeld met voetplaat en al van zijn sokkel. Coen valt 2,5 meter naar beneden en landt op zijn rug. De schade valt mee, maar het beeld moet wel worden gerestaureerd. Vier maanden staat er alleen een sokkel op de Roode Steen. Velen grijpen hun kans en laten zich er op vereeuwigen. Een nieuw werkwoord is geboren: ‘Coenen’.

In november 2011 wordt Jan Pieterszoon Coen, geheel gerestaureerd en opgepoetst, op zijn oude plek terug gezet.